info@dierenkliniekoostbetuwe.nl

Zwaar te verduren

Ik zie Buddy voor het eerst als hij in de echoruimte klaar ligt om onderzocht te worden. Buddy is een Shih Tzu pup van amper vijf maanden en kijkt mij met angstige ogen aan. “Hier is echt iets goed mis”, denk ik meteen, en ik zie hoe de eigenaresse ook door heeft dat het serieus is. “Hij heeft echt heel veel pijn”, zegt ze. “Soms piept hij als ik hem aanraak en hij wordt ook steeds rustiger.” 

Een paar maanden terug overleed het vorige hondje van de eigenaren op tienjarige leeftijd. Er heerst diepe rouw binnen de familie vanwege het overlijden van een zus, en nu brengt de komst van Buddy heel veel troost. De zorg die je voor zo’n klein vrolijk pupje hebt, samen met de dankbaarheid die je ervoor terugkrijgt zorgt voor veel welkome afleiding.
Buddy brengt de eerste maanden onwijs veel plezier, maar het valt de eigenaren op een gegeven moment op dat hij veel plasjes in huis doet en meer drinkt dan dat zij gewend zijn. Afgelopen week wisten zij het zeker, hier klopt iets niet: “Eerst dachten wij dat het hoorde bij de ontwikkeling en leeftijd dat hij langzaam wat rustiger begon te worden, maar nu likt Buddy aan de muren, begint steeds meer te drinken en soms loopt hij ineens keihard achteruit.” Ze vertelt dat het de laatste maand ook steeds moeizamer gaat met eten. “We hebben nu al diverse keren wat voerwisselingen gedaan, maar het helpt niet en Buddy wilt ook niet meer graag wandelen buiten.”

We adviseren bloedonderzoek te doen en dan gaat ineens alles in een ontzettende stroomversnelling. Collega dierenarts Sandra schrikt van de zeer ernstig hoge nierwaardes en we besluiten diezelfde dag nog dat we een buikecho willen om te kijken wat er speelt, en daar zaten we dan. Buddy op een zacht kussen in gespannen rugligging, in een donkere ruimte met een beeldscherm waar alle ogen op waren gericht. Langzaam bekijken we met de echo de gehele buik en eenmaal bij de nieren kan ik er niet meer omheen. “Buddy heeft ernstig verschrompelde nieren, die passen bij een hoogbejaarde hond”, zeg ik. “Hij is zichzelf op dit moment aan het vergiftigen.” De eigenaresse valt even stil. “Met zulke bloedwaardes is er eigenlijk een ziekenhuisopname met meerdaagse dialyse nodig, maar er is een grote kans dat de nieren het ook hierna niet meer zelfstandig zullen redden.”

Buiten staat haar man met een zuurstoftank naast zich te wachten, nog altijd herstellende van de restverschijnselen die hij aan een Corona-infectie heeft overgehouden. “Het was heel zwaar de afgelopen tijd en toen we in quarantaine moesten was Buddy onze steun en toeverlaat. We durfden vanwege de corona thuis aan niemand te vragen om hem uit te laten, dus dit deed hij die weken zelf maar in de tuin.” Het slechte nieuws sloeg natuurlijk in als een bom en nog diezelfde middag belden de eigenaren op dat we de volgende dag afscheid zouden gaan nemen van Buddy.

Dinsdagmorgen, 26 januari om half twaalf is het dan zover. Het doet pijn om zo’n jong pupje te moeten laten gaan en de omstandigheden bij de baasjes thuis maken het extra zwaar. Buddy geeft mij nog een vriendelijke knuffel en een haast beleefde kwispel en neemt dan plaats op schoot van de eigenaresse. Daar gaat hij dan, vol vertrouwen kijkt hij met zijn glinsterende puppy oogjes nog even naar het baasje, alsof het goed is. Een laatste zucht, het hoofdje wordt slap en een lichaampje van drie kilogram ligt opgekruld op schoot alsof het slaapt. Maar het pupje slaapt nu niet; het is ontroerend om te zien en ook mijn ogen blijven niet droog. Ik ben erdoor geraakt: Buddy is overleden.