info@dierenkliniekoostbetuwe.nl

Afscheid van een grote vriend

In mijn werk als dierenarts krijg ik regelmatig de vraag wanneer nou het juiste moment is om afscheid te nemen. Dit blijft een hele lastige vraag, want de ene dag is nou eenmaal de andere niet. Wanneer de slechte dagen echter meer gaan overheersen dan de goede, raakt de balans zoek en kunnen we overwegen om afscheid te gaan nemen.

Dat het eigenlijk fijn is dat we er bewust voor kunnen kiezen om een dier niet langer te hoeven laten lijden, voelt op het moment dat je dit besluit voor heel veel mensen helemaal niet als fijn; eerder als een hele pijnlijke plicht.

Dit ondervond ik afgelopen jaar aan den lijve met onze grote vriend Kato. Kato was een eigenwijze boerenfox met karakter, die we ruim 16 jaar bij ons mochten hebben. Hij is niet vaak ziek geweest, maar de laatste jaren gingen zijn niertjes toch echt wel langzaam achteruit. Natuurlijk had ook hij de nodige ouderdomsklachten zoals doofheid, een slechter zicht en stramme gewrichten, maar daar pasten we ons op aan en gaven hem daarin de nodige ondersteuning.

Ik wilde natuurlijk écht niet dat hij zou gaan lijden, maar ik wilde hem ook echt niet ‘te vroeg’ in laten slapen. En wat is dát moeilijk zeg! Eigenwijs als hij was bleef hij natuurlijk eten, en als hij dat niet deed (omdat hij af en toe toch wel erg misselijk was door zijn slechte nierfunctie) kon ik wel weer iets bedenken om hem te geven om zo weer door een dipje heen te komen. Hij liep niet meer zo ver. Toch als hij een paar keer per dag een klein rondje deed genoot hij nog steeds zichtbaar van het zonnetje en het heerlijke struinen en snuffelen. Dit was een oude hond met een leven dat was aangepast op zijn oude lijf van bijna 17 jaar.

Tot begin juli…

Plots ging het echt snel veel slechter. Hij moest vaak braken, had geen trek meer in eten (wat echt opvallend was voor deze hond) en werd steeds wankeler op de pootjes.

Nog steeds vond ik het heel lastig om de knoop door te hakken. Mijn vriend zag ook wel dat het minder ging, maar dacht nog wel: “hij eet toch nog?” Na een paar dagen tobben heb ik toen toch maar weer een keer bloedonderzoek gedaan en het bleek dat in twee maanden tijd zijn nierwaardes waren verdubbeld van slecht naar dramatisch. Toen werd het pijnlijk duidelijk: hier mocht ik hem niet mee door laten lopen. Als dit een hond van een ander zou zijn zou ik ook adviseren om hem te laten gaan, dus zat er niets anders meer op.

Rationeel gezien kon ik heel tevreden zijn. Kato was een heel oud hondje die een heel mooi leven had gehad. Hij heeft altijd erg veel liefde gehad en gegeven en we hadden de keuze om hem rustig thuis in te laten slapen op een prachtig mooi plekje in de tuin, waar hij altijd zo heerlijk rond kon struinen. Het vond ook plaats met alle mensen erbij die zijn beste vrienden waren, dus het was ook goed. Maar sjemig zeg, wat doet het pijn en wat mis ik hem nog altijd intens!

Laura Wagenaar, dierenarts Oost-Betuwe